Romeinse cijfers omrekenen
Kies de richting en vul een getal of Romeins cijfer in.
Hoe werkt het Romeinse cijfersysteem?
Romeinse cijfers gebruiken letters (I, V, X, L, C, D, M) die staan voor vaste waarden: I=1, V=5, X=10, L=50, C=100, D=500, M=1000. Een kleinere waarde vóór een grotere (zoals IV voor 4) betekent aftrekken; erna (zoals VI voor 6) betekent optellen.
Met dit systeem kun je getallen tot en met 3999 schrijven; grotere getallen vereisen extra notatie die niet meer gangbaar is.
Veelgestelde vragen
Waarom stopt dit bij 3999?
Het klassieke Romeinse cijfersysteem heeft geen symbool voor 5000 of hoger zonder aanvullende notatie (zoals een streep boven een letter), die tegenwoordig nauwelijks meer gebruikt wordt.
Waarom is 1994 MCMXCIV en niet MDCCCCLXXXXIIII?
Romeinse cijfers gebruiken een aftrekregel om herhaling te beperken: in plaats van vier keer C te schrijven (400), schrijf je CD (500 min 100). Zo wordt 1994 = M (1000) + CM (900) + XC (90) + IV (4).